» 
alemão búlgaro chinês croata dinamarquês eslovaco esloveno espanhol estoniano farsi finlandês francês grego hebraico hindi holandês húngaro indonésio inglês islandês italiano japonês korean letão língua árabe lituano malgaxe norueguês polonês português romeno russo sérvio sueco tailandês tcheco turco vietnamês
alemão búlgaro chinês croata dinamarquês eslovaco esloveno espanhol estoniano farsi finlandês francês grego hebraico hindi holandês húngaro indonésio inglês islandês italiano japonês korean letão língua árabe lituano malgaxe norueguês polonês português romeno russo sérvio sueco tailandês tcheco turco vietnamês

tradução - ajuda

ajudar (v.) (Portugal)

helpen, uithalen, meehelpen, helpen verminderen

ajudar () (Portugal)

verlichten, overnemen

ajuda social (n.)

sociale bijstand

   Publicidade ▼

tradução - ajuda (Wikipedia)

Ajuda

Ajuda

ver também

ajuda (n.f.)

ajudar, assistir, auxiliar, ser útil

   Publicidade ▼

dicionario analógico



 

caractère favorable (d'une chose) (fr)[Classe...]

ce qui favorise une chose, la rend supérieure (fr)[Classe]

action de (ou fait d'être) (fr)[Classe...]

apoio; suportesteunder; steun; stut; draagbalk; drager; onderstel; houder[Classe...]

zonder hulp van[ClasseHyper.]

ajudarmeehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen[ClasseHyper.]

(beneficência)(weldoen; weldadigheid)[Thème]

(ajuda)(bijstand; hulpbetoon; hulpverlening; ondersteuning; hulp; steun; geruststelling)[Thème]

(ajudar)(meehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen)[termes liés]

acte de bonté (fr)[DomaineCollocation]

factotum (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

actividade, atividade, ocupaçãoactief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - tratar debehandelen[Hyper.]

ajudar, socorrerhelpen, helpen verminderen, meehelpen, uithalen - ajudar - assistir, tratar debedienen, besteden aan aandacht, erbarmen, helpen, hoeden, omkijken, ontfermen, passen, toezien, waken, zorgen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudarbijdragen aan, bijdragen tot - ajudarbijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, helpen, meehelpen, meewerken, pousseren, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen, uithalen, vooruithelpen - ajuda, assistência, auxílio, serviçoassistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerking - ajudante, assistência, recursohulp - benfeitor, doadorassistent, begunstiger, begunstigster, helper, helpster, hulp, onderzoeksassistent, weldoener, weldoenster - adjunto, ajudante, criado, servente, servidorassistent, assistente, dienstknecht, helper, hulpje, hulpkracht, knecht, waterdrager - assistive (en) - ajuda, socorrobijstand, geruststelling, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, ondersteuning, steun - succorer, succourer (en) - ministrant (en)[Dérivé]

ajuda (n.)



ajuda (n.)



 

actividade; ocupação; atividades; atividadeactiviteit; aktiviteit; werkzaamheid; bedrijvigheid; drukte; bezigheid; occupatie; werking; werkzaamheden[ClasseHyper.]

actividade; ocupação; atividades; atividade; comportamento; feitosactiviteit; aktiviteit; werkzaamheid; bedrijvigheid; drukte; bezigheid; occupatie; werking; werkzaamheden; optreden; gedraging; gedrag; doen en laten; procesvoering; houding; activiteiten; aktiviteiten[ClasseHyper.]

ensemble des phénomènes (fr)[ClasseParExt.]

ajudarmeehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen[ClasseHyper.]

factotum (en)[Domaine]

IntentionalProcess (en)[Domaine]

TherapeuticProcess (en)[Domaine]

Position (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

hasPurpose (en)[Domaine]

ação, acção, acto, iactie, daad, handeling, verrichting - melhorarbeter maken, bijspijkeren, bijstellen, bijwerken, opkrikken, opvijzelen, perfectioneren, verbeteren, veredelen, vervolmaken - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - desenvolver, promoveraanmoedigen, bevorderen, bijdragen, stimuleren - serve (en)[Hyper.]

vivoin leven - activo, participanteactief - assintência, cuidadoverpleging, verzorging, ziekenverpleging, zorg - ajuda, assistência, auxílio, serviçoassistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerking - ajudante, assistência, recursohulp - ajudante, assistente, empregado, encarregadobegeleider, geleider, geleidster, verzorger - empregado doméstico, servidorbediende, dienaar, knecht, waterdrager - servitor (en) - benfeitor, doadorassistent, begunstiger, begunstigster, helper, helpster, hulp, onderzoeksassistent, weldoener, weldoenster - adjunto, ajudante, criado, servente, servidorassistent, assistente, dienstknecht, helper, hulpje, hulpkracht, knecht, waterdrager - assistive (en) - facilitaçãofaciliteit, voorziening[Dérivé]

dienen[Domaine]

ociosidadeinactiviteit[Ant.]

ajuda (n.)




 

séduire, influencer, aider... (fr)[ClasseParExt...]

personne bonne (fr)[Classe]

personne de valeur, de talent supérieur (fr)[Classe]

protector; protetor; guardiãobeschermvrouw; beschermvrouwe; beschermster; beschermheer; beschermer; behoeder; bewaker; protector; schutsheer; titelverdediger; voogd; wacht; bewaarder[Classe]

personne bienfaitrice (fr)[Classe]

personne aidant (fr)[ClasseHyper.]

(ajudar)(meehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen)[Thème]

factotum (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

person (en)[Domaine]

Human (en)[Domaine]

actividade, atividade, ocupaçãoactief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - recursobedrijfsmiddelen, hulpbron, ressource, rijkdom, rijkdommen - good person (en) - trabalhadorarbeider, arbeidskracht, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werker, werkkracht, werkmier, werknemer[Hyper.]

defesa, proteçãoachterban, achtergrondkoor, backing, basis, het verdedigen, kampioenschap, rugdekking - apoio, suportesteun - adjunto, ajudante, criado, servente, servidorassistent, assistente, dienstknecht, helper, hulpje, hulpkracht, knecht, waterdrager - fiador, padrinho, patrocinador, Patrociniodoopmoeder, meter, peetmoeder, peettante, petemoei, sponsor, steun, stut - de grande ajudaaanmoedigend, steunend - ajudar, socorrerhelpen, helpen verminderen, meehelpen, uithalen - ajudar - assistir, tratar debedienen, besteden aan aandacht, erbarmen, helpen, hoeden, omkijken, ontfermen, passen, toezien, waken, zorgen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudarbijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, helpen, meehelpen, meewerken, pousseren, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen, uithalen, vooruithelpen - bienfait (fr) - ajudar, assistir, auxiliar, prestar assistênciaassisteren, bijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - adjunto, auxiliarbehulpzaam, helpend[Dérivé]

management personnel (en)[Desc]

serviçal[Similaire]

ajudar (v.)




ajudar (v.)


 

factotum (en)[Domaine]

IntentionalProcess (en)[Domaine]

OccupationFn (en)[Domaine]

emprego, tarefa, trabalhoarbeid, emplooi, werk - operáriowerkmier - trabalhocreatie, schepping, werk, werkstuk - trabalhadorarbeider, arbeidskracht, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werker, werkkracht, werkmier, werknemer - agenteacteur, actrice, doener, iemand die iets doet, practicus, pragmaticus - ajudar, assistir, auxiliar, prestar assistênciaassisteren, bijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - adjunto, auxiliarbehulpzaam, helpend[Dérivé]

management personnel (en)[Desc]

ter empregoarbeiden, bekleden, in dienst zijn bij, in loondienst zijn bij, meedraaien in, meelopen in, op de loonlijst staan, werken, werken bij, werken in, werkzaam zijn bij, werkzaam zijn in[Domaine]

subordinadaneven-[Similaire]

preguiçarduimen, duimendraaien, duimzuigen, luilakken, nietsdoen, stilstaan, stilvallen[Ant.]

ajudar (v.)


 

ajudarmeehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen[ClasseHyper.]

empregado doméstico; empregado; mulher a diashuisbediende; dienaar; dienares; dienstbode; huisknecht; butler; dienstmaagd; dienstmeid; meisje; hulp in het huishouden[ClasseHyper.]

factotum (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - actividade, atividade, ocupaçãoactief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - trabalhadorarbeider, arbeidskracht, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werker, werkkracht, werkmier, werknemer - ajudante, assistente, empregado, encarregadobegeleider, geleider, geleidster, verzorger - trabalharbezighouden, dienen, doen, functioneren, occuperen, opereren, ophouden, werken[Hyper.]

ajuda, assistência, auxílio, serviçoassistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerking - ajudante, assistência, recursohulp - benfeitor, doadorassistent, begunstiger, begunstigster, helper, helpster, hulp, onderzoeksassistent, weldoener, weldoenster - adjunto, ajudante, criado, servente, servidorassistent, assistente, dienstknecht, helper, hulpje, hulpkracht, knecht, waterdrager - assistive (en) - ajudar, socorrerhelpen, helpen verminderen, meehelpen, uithalen - ajudar - assistir, tratar debedienen, besteden aan aandacht, erbarmen, helpen, hoeden, omkijken, ontfermen, passen, toezien, waken, zorgen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudarbijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, helpen, meehelpen, meewerken, pousseren, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen, uithalen, vooruithelpen - cuidar, guardarhoeden, verzorgen - assistir a, estar presente em, ir a, ir ver, participar emaanwezig zijn bij, bijwonen, erbij zijn, gaan naar, gaan tot[Dérivé]

factotum (en)[Domaine]

Position (en)[Domaine]

ajudar (v.)





 

melhoraropkrikken; opvijzelen; verbeteren; veredelen; beter maken[ClasseHyper.]

factotum (en)[Domaine]

Increasing (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

alterar, mudarhelpen, veranderen - actividade, atividade, ocupaçãoactief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - recursobedrijfsmiddelen, hulpbron, ressource, rijkdom, rijkdommen[Hyper.]

melhoramentoverbetering, verheffing - aperfeiçoamento, benfeitoria, melhoramento, melhoriastijging, verbetering, veredeling - addition, add-on, improver (en) - better (en) - humanitáriomaatschappijhervormer, wereldhervormer, wereldverbeteraar - melhoriaverbetering - melhorativoverbeterd - corrigível, emendávelverbeterbaar - ajudar, socorrerhelpen, helpen verminderen, meehelpen, uithalen - ajudar - assistir, tratar debedienen, besteden aan aandacht, erbarmen, helpen, hoeden, omkijken, ontfermen, passen, toezien, waken, zorgen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudarbijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, helpen, meehelpen, meewerken, pousseren, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen, uithalen, vooruithelpen[Dérivé]

melhorarbeter maken, beter worden, verbeteren, vooruitgaan, vooruitkomen, vorderen[Cause]

agravar, empiorar, exacerbar, piorarverergeren, verscherpen, verzwaren[Ant.]

ajudar (v.)


ajudar (v.)


ajudar (v.)


 

personne qui aide financièrement (fr)[Classe]

factotum (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

person (en)[Domaine]

believes (en)[Domaine]

aprovaçã0, aprovaçãoadhesie, agreatie, bijval, fiat, goedkeuring, goedvinden, instemming, sympathie, zegen - influência - condicionantedeterminant - trabalhadorarbeider, arbeidskracht, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werker, werkkracht, werkmier, werknemer - benfeitor, doadorassistent, begunstiger, begunstigster, helper, helpster, hulp, onderzoeksassistent, weldoener, weldoenster[Hyper.]

financiarfinancieren - apoiar, aprovarsteunen - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - aprovarbevestigen - ajudar, assistir, auxiliar, prestar assistênciaassisteren, bijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - adjunto, auxiliarbehulpzaam, helpend - defenderbehandelen, verdedigen, voorstaan - keep going, patronage, patronise, patronize, support (en) - fiar, patrocinarsponsoren, sponsor zijn voor - apadrinhar, patrocinarsponsoren - patrocínio, patrocíniossponsorschap[Dérivé]

management personnel (en)[Desc]

unsupportive (en)[Ant.]

ajudar (v.)


 

faire avoir qqch de soi à qqn (fr)[Classe...]

personne bonne (fr)[Classe]

personne de valeur, de talent supérieur (fr)[Classe]

protector; protetor; guardiãobeschermvrouw; beschermvrouwe; beschermster; beschermheer; beschermer; behoeder; bewaker; protector; schutsheer; titelverdediger; voogd; wacht; bewaarder[Classe]

personne bienfaitrice (fr)[Classe]

personne aidant (fr)[ClasseHyper.]

(tomar parte em; participar em; contribuir a; contribuir para)(meedoen aan; mededelen; meedelen; deelnemen aan; participeren in; deelnemen in; tegemoetkomen in de kosten; bijdragen in; bijdragen tot; bijdragen aan; meewerken aan; een bijdrage leveren aan)[Thème]

(devido), (despesa; gasto), (pagamento; regulamento), (instrumento de pagamento)(verschuldigd; schuldig), (ontslag; ontlasting), (besteding; uitgaaf; uitgave; uitbetaling; onkosten; onkostenvergoeding; verblijfsvergoeding), (verrekening; afrekening; uitbetaling; bekostiging), (deviezen; betaalmiddel), (belastingplichtig)[Thème]

factotum (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

person (en)[Domaine]

Human (en)[Domaine]

ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - actividade, atividade, ocupaçãoactief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - recursobedrijfsmiddelen, hulpbron, ressource, rijkdom, rijkdommen - good person (en) - trabalhadorarbeider, arbeidskracht, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werker, werkkracht, werkmier, werknemer[Hyper.]

progressobevordering, promotie - incentivoaansporing, drempelverlaging, duw omhoog - boost (en) - promoçãobevordering, het bevorderen, promotie - melhoramento, progressoverbetering - promotorplugger, promotor - apoiante, seguidorbondgenoot, donateur, donatrice, medestander, supporter, voorvechter, vriend - promotive (en) - ajudar, socorrerhelpen, helpen verminderen, meehelpen, uithalen - ajudar - assistir, tratar debedienen, besteden aan aandacht, erbarmen, helpen, hoeden, omkijken, ontfermen, passen, toezien, waken, zorgen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudarbijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, helpen, meehelpen, meewerken, pousseren, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen, uithalen, vooruithelpen - bienfait (fr) - ajudar, assistir, auxiliar, prestar assistênciaassisteren, bijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen - adjunto, auxiliarbehulpzaam, helpend[Dérivé]

management personnel (en)[Desc]

ajudar (v.)


 

melhoraropkrikken; opvijzelen; verbeteren; veredelen; beter maken[ClasseHyper.]

tratamento; terapiabehandeling; geneeswijze; terapie; therapie; behandelwijze; geneesmethode[ClasseEnsembleDe]

cuidadoverzorging; verpleging; ziekenverpleging; zorg[ClasseHyper.]

factotum (en)[Domaine]

Increasing (en)[Domaine]

Maintaining (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

alterar, mudarhelpen, veranderen - emprego, tarefa, trabalhoarbeid, emplooi, werk - actividade, atividade, ocupaçãoactief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - recursobedrijfsmiddelen, hulpbron, ressource, rijkdom, rijkdommen[Hyper.]

melhoramentoverbetering, verheffing - aperfeiçoamento, benfeitoria, melhoramento, melhoriastijging, verbetering, veredeling - addition, add-on, improver (en) - better (en) - humanitáriomaatschappijhervormer, wereldhervormer, wereldverbeteraar - melhoriaverbetering - melhorativoverbeterd - corrigível, emendávelverbeterbaar - ajudar, socorrerhelpen, helpen verminderen, meehelpen, uithalen - estar a fazer, tratar deaan het doen zijn, afrekenen met, behandelen - cuidar, guardarhoeden, verzorgen - cuidar, tutelar, zelar - ajudar - assistir, tratar debedienen, besteden aan aandacht, erbarmen, helpen, hoeden, omkijken, ontfermen, passen, toezien, waken, zorgen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudarbijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, helpen, meehelpen, meewerken, pousseren, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen, uithalen, vooruithelpen[Dérivé]

cuidar de, curar, tomar cuidado de, tratarbehandelen, oppassen, opvangen, saneren, verplegen, verzorgen, zich ontfermen over, zorg dragen voor, zorgen voor[CeQui~]

melhorarbeter maken, beter worden, verbeteren, vooruitgaan, vooruitkomen, vorderen[Cause]

agravar, empiorar, exacerbar, piorarverergeren, verscherpen, verzwaren[Ant.]

ajudar (v.) [Portugal]


 

todas as traduções do ajuda

definição e sinónimos de ajuda


Conteùdo de sensagent

  • tradução

   Publicidade ▼

 

2476 visitantes em linha

calculado em 0,499s

   Publicidade ▼