» 
alemão búlgaro chinês croata dinamarquês eslovaco esloveno espanhol estoniano farsi finlandês francês grego hebraico hindi holandês húngaro indonésio inglês islandês italiano japonês korean letão língua árabe lituano malgaxe norueguês polonês português romeno russo sérvio sueco tailandês tcheco turco vietnamês
alemão búlgaro chinês croata dinamarquês eslovaco esloveno espanhol estoniano farsi finlandês francês grego hebraico hindi holandês húngaro indonésio inglês islandês italiano japonês korean letão língua árabe lituano malgaxe norueguês polonês português romeno russo sérvio sueco tailandês tcheco turco vietnamês

tradução - ajudante

   Publicidade ▼

ver também

ajudante (n.)

empregador, empresário, patrão

dicionario analógico


 

personne payée pour faire qqch (fr)[Classe]

personne qui travaille (fr)[Classe...]

recruter des personnes (fr)[Classe]

(ganhador; empregado; ajudante; auxiliar)(alleenverdiener; broodwinner; kostwinner; employé; employée; kantoorbediende; beambte; winkelbediende; kracht; werkneemster; arbeider; arbeidskracht; loontrekker; tewerkgestelde; werkkracht; hulp (in de huishouding))[Thème]

(trabalho; emprego), (ganhador; empregado; ajudante; auxiliar), (pessoal)(werk; arbeidsproces; werkgelegenheid; arbeidsplaats; betrekking; dienstbetrekking; dienstverband; functie; job; positie; post; werkkring; baan; ambt; funktie), (alleenverdiener; broodwinner; kostwinner; employé; employée; kantoorbediende; beambte; winkelbediende; kracht; werkneemster; arbeider; arbeidskracht; loontrekker; tewerkgestelde; werkkracht; hulp (in de huishouding)), (werknemers; personeel), (meedraaien in; meelopen in; werkzaam zijn bij; werkzaam zijn in; in dienst zijn bij; in loondienst zijn bij; op de loonlijst staan; werken bij; werken in)[Thème]

person (en)[Domaine]

employs (en)[Domaine]

economy (en)[Domaine]

Hiring (en)[Domaine]

alguém, alma, homem, indivíduo, mortal, pessoa, ser humanoeenling, enkeling, figuur, iemand, individu, mens, menselijk wezen, particulier, persoon, sterveling, stervelinge, zelfstandige, ziel - equipe de funcionários, estado-maior, pessoalpersoneel, staf - management personnel (en) - líderbaas, concertmeester, hoofdman, koploper, kopman, leider, leidersfiguur, leidsman, lijstaanvoerder, lijsttrekker, meester, meesteres, voorman, windbreker[Hyper.]

ter empregoarbeiden, bekleden, in dienst zijn bij, in loondienst zijn bij, meedraaien in, meelopen in, op de loonlijst staan, werken, werken bij, werken in, werkzaam zijn bij, werkzaam zijn in - trabalharbezighouden, dienen, doen, functioneren, occuperen, opereren, ophouden, werken - contrataçãotewerkstelling - alugadorverhuurder - assalariado, empregada, empregado, mercenário, operário, trabalhadorarbeider, arbeidskracht, beambte, bediende, bediende ''m,f'', employé, employée, kantoorbediende, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werkkracht, werkneemster, werknemer, winkelbediende - empregador, empresário, patrãowerkgever - emprego, empregue, servir-sede, tomaraserviçodienst, werk, werkgelegenheid - admitir, assalariar, contratar, empregar, tomar a serviçoaannemen, bekleden, bezighouden, huren, in dienst hebben, in dienst nemen, plaatsen, tewerkstellen[Dérivé]

nonworker (en) - demitir, demitirse, despedir, destituirafschaffen, afzetten, de bons geven, de laan uitsturen, eruitgooien, krijgen, ontslaan, wegwuiven, wippen[Ant.]

ajudante (n.) [Brasil]



 

ajudarmeehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen[ClasseHyper.]

tomar parte em; participar em; contribuir a; contribuir parameedoen aan; mededelen; meedelen; deelnemen aan; participeren in; deelnemen in; tegemoetkomen in de kosten; bijdragen in; bijdragen tot; bijdragen aan; meewerken aan; een bijdrage leveren aan[ClasseHyper.]

donner de l'argent en contrepartie d'une créance (fr)[Classe]

factotum (en)[Domaine]

TherapeuticProcess (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

hasPurpose (en)[Domaine]

bem, propriedade, recurso, vantagem, virtudeaanwinst, bezit, boeltje, goed, have, optelteken, plus, pluspunt, plusteken, possessie, propriëteit, voordeel - melhorarbeter maken, bijspijkeren, bijstellen, bijwerken, opkrikken, opvijzelen, perfectioneren, verbeteren, veredelen, vervolmaken - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - desenvolver, promoveraanmoedigen, bevorderen, bijdragen, stimuleren - serve (en)[Hyper.]

assintência, cuidadoverpleging, verzorging, ziekenverpleging, zorg - ajuda, assistência, auxílio, serviçoassistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerking - ajudante, assistência, recursohulp - benfeitor, doadorassistent, begunstiger, begunstigster, helper, helpster, hulp, onderzoeksassistent, weldoener, weldoenster - adjunto, ajudante, criado, servente, servidorassistent, assistente, dienstknecht, helper, hulpje, hulpkracht, knecht, waterdrager - assistive (en) - facilitaçãofaciliteit, voorziening[Dérivé]

ajudante (n.)


 

ajudarmeehelpen; vooruithelpen; bedienen; gerieven; meewerken; pousseren; bijstaan; hulp verlenen[ClasseHyper.]

tomar parte em; participar em; contribuir a; contribuir parameedoen aan; mededelen; meedelen; deelnemen aan; participeren in; deelnemen in; tegemoetkomen in de kosten; bijdragen in; bijdragen tot; bijdragen aan; meewerken aan; een bijdrage leveren aan[ClasseHyper.]

donner de l'argent en contrepartie d'une créance (fr)[Classe]

person (en)[Domaine]

employs (en)[Domaine]

factotum (en)[Domaine]

subordinateInOrganization (en)[Domaine]

Cooperation (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

alguém, alma, homem, indivíduo, mortal, pessoa, ser humanoeenling, enkeling, figuur, iemand, individu, mens, menselijk wezen, particulier, persoon, sterveling, stervelinge, zelfstandige, ziel - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - desenvolver, promoveraanmoedigen, bevorderen, bijdragen, stimuleren - personeelsafdeling, personeelszaken[Hyper.]

ter empregoarbeiden, bekleden, in dienst zijn bij, in loondienst zijn bij, meedraaien in, meelopen in, op de loonlijst staan, werken, werken bij, werken in, werkzaam zijn bij, werkzaam zijn in - trabalharbezighouden, dienen, doen, functioneren, occuperen, opereren, ophouden, werken - adjunto, ajudante, criado, servente, servidorassistent, assistente, dienstknecht, helper, hulpje, hulpkracht, knecht, waterdrager - adjunto, auxiliarbehulpzaam, helpend - ajuda, assistência, auxílio, serviçoassistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerking - ajudante, assistência, recursohulp - benfeitor, doadorassistent, begunstiger, begunstigster, helper, helpster, hulp, onderzoeksassistent, weldoener, weldoenster - assistive (en) - defesa, proteçãoachterban, achtergrondkoor, backing, basis, het verdedigen, kampioenschap, rugdekking - apoio, suportesteun - fiador, padrinho, patrocinador, Patrociniodoopmoeder, meter, peetmoeder, peettante, petemoei, sponsor, steun, stut - de grande ajudaaanmoedigend, steunend[Dérivé]

subordinadaneven-[Similaire]

nonworker (en)[Ant.]

ajudante (n.) [Portugal]


ajudante (n.) [Portugal]




 

ver; olharkijken; zien[ClasseParExt.]

entendre (fr)[ClasseParExt.]

assistir abijwonen; erbij zijn; aanwezig zijn bij[ClasseHyper.]

tomar parte em; participar em; contribuir a; contribuir parameedoen aan; mededelen; meedelen; deelnemen aan; participeren in; deelnemen in; tegemoetkomen in de kosten; bijdragen in; bijdragen tot; bijdragen aan; meewerken aan; een bijdrage leveren aan[ClasseParExt.]

(espectáculo), (espectador; observador; vigia), (público)(spektakel; schouwspel; vertoning), (toekijker; viewer; toeschouwer; getuige; wachter), (publiek)[termes liés]

factotum (en)[Domaine]

Position (en)[Domaine]

assemblée, réunion (fr)[DomaineCollocation]

trabalhadorarbeider, arbeidskracht, kracht, loontrekker, tewerkgestelde, werker, werkkracht, werkmier, werknemer - estar a fazer, tratar deaan het doen zijn, afrekenen met, behandelen - estarbevinden, innemen, ophouden, pozen, toeven, uithangen, verkeren, vertoeven, verwijlen, voorkomen, zijn, zitten - dienen, moeten[Hyper.]

ajudar, assistir, auxiliar, prestar assistênciaassisteren, bijstaan, gerug(ge)steund, geruggensteund, geruggesteund, gerugsteund, ruggensteunen, ruggesteunen, rugsteunen - ajudar, assistir, auxiliar, ser útilbedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, pousseren, van dienst zijn, vooruithelpen - ajudar, concorrer, contribuir a, contribuir para, entrar em, participar em, tomar parte embijdragen aan, bijdragen in, bijdragen tot, deelnemen aan, deelnemen in, een bijdrage leveren aan, mededelen, meedelen, meedoen, meedoen aan, meewerken aan, participeren in, tegemoetkomen in de kosten, zich opgeven voor - ajudar, amparar, apoiarondersteunen, onderstutten, staan, steunen - adjunto, auxiliarbehulpzaam, helpend - ajuda, assistência, auxílio, serviçoassistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerking - ajudante, assistente, empregado, encarregadobegeleider, geleider, geleidster, verzorger - empregado doméstico, servidorbediende, dienaar, knecht, waterdrager - servitor (en) - assintência, cuidadoverpleging, verzorging, ziekenverpleging, zorg - assistência, comparecimento, frequência, presençaaanwezigheid, opkomst - assistente, participanteaanwezige[Dérivé]

management personnel (en)[Desc]

dienen - culto, igreja, serviçocultus, dienst, eredienst, kerk, kerkdienst, liturgie, verering, viering[Domaine]

perdermislopen, missen[Ant.]

ajudante (n.)


   Publicidade ▼

 

todas as traduções do ajudante

definição e sinónimos de ajudante


Conteùdo de sensagent

  • tradução

   Publicidade ▼

 

4694 visitantes em linha

calculado em 0,219s

   Publicidade ▼