» 
alemão búlgaro chinês croata dinamarquês eslovaco esloveno espanhol estoniano farsi finlandês francês grego hebraico hindi holandês húngaro indonésio inglês islandês italiano japonês korean letão língua árabe lituano malgaxe norueguês polonês português romeno russo sérvio sueco tailandês tcheco turco vietnamês
alemão búlgaro chinês croata dinamarquês eslovaco esloveno espanhol estoniano farsi finlandês francês grego hebraico hindi holandês húngaro indonésio inglês islandês italiano japonês korean letão língua árabe lituano malgaxe norueguês polonês português romeno russo sérvio sueco tailandês tcheco turco vietnamês

tradução - ajustar

   Publicidade ▼

ver também

dicionario analógico

ajustar [Portugal]



 

tornar-se em; devirraken; geraken tot; worden[Classe]

action d'adapter, fait de s'adapter à (fr)[Classe...]

organisation d'une chose (fr)[ClasseParExt...]

arrumação; organizaçãoschikking; inrichting; rangschikking; behandeling; organisatie[Classe]

conformistaconformist; conformiste[ClasseHyper.]

relatif à (fr)[Classe...]

qui peut être adapté à (fr)[Classe]

industry (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

biology (en)[Domaine]

InternalChange (en)[Domaine]

melhoramento, progressoverbetering - conservador, preservativoconservatief, conservatieveling, konservatief - processos biológicos[Hyper.]

mudançaverandering - alteração, modificação, mudança, transformação, variaçãoafwisseling, alteratie, alternantie, alternatie, alternering, keer, variatie, variëteit, verandering, wending, wijziging - mudançaverandering - adaptar-se, adequar-se, ajustar-se, controlar a situaçãoaanpassen, acclimatiseren, accommoderen, assimileren, bijsturen, gewennen, plooien, richten, schikken, voegen, wennen, zich aanpassen, zich thuis voelen - adaptar, adequar, ajustaraanpassen, accommoderen, adapteren, conformeren - acomodar - fit, match (en) - ajustar, conciliar, reconciliaraccommoderen, akkommoderen, zich verzoenen - acomodarconveniëren, passen, schikken, staan, treffen, uitkomen, verhouden - conformidade, conformismoconformisme - adaptabilidadeaanpassingsvermogen[Dérivé]

adjust (en) - adjust (en)[Nominalisation]

adaptaçãoaanpassing, adaptatie, bewerking[QuiCAuse]

acomodar, adaptar-seaanpassen, adapteren, bewerken, geschikt maken, passend maken, toesnijden op[QuiPeutEtre]

crença, Crença religiosa, religiãoerezaak, geloof, geloofsovertuiging, gewetenszaak, godsdienst, kloosterleven, religie[Domaine]

adaptativo, adaptável[Similaire]

continuar, ficar, manterblijven, uitblijven, wegblijven - não conformistanon-conformist, non-conformiste - maladaptive (en) - inadaptávelongeschikt[Ant.]

ajustar (v.) [Brasil]


ajustar (v.) [Brasil]




 

proportionner (fr)[Classe]

acomodar; adaptar-seadapteren; bewerken; toesnijden op; geschikt maken; aanpassen; passend maken[Classe]

façonner une pièce (fr)[Classe]

assembler des choses (fr)[Classe]

melhoraropkrikken; opvijzelen; verbeteren; veredelen; beter maken[Classe]

manufacturar; produzir; preencher; fazeraanmaken; vervaardigen; fabriceren; produceren[Classe...]

modificarhelpen[ClasseHyper.]

amélioration finale d'un travail (fr)[ClasseParExt.]

réévaluation des revenus et salaires (fr)[ClasseParExt.]

qui permet de rectifier (fr)[Classe]

ajuster (adapter des objets ensemble) (fr)[Thème]

résultat, produit du travail (fr)[Thème]

sexuality (en)[Domaine]

Removing (en)[Domaine]

causes (en)[Domaine]

factotum (en)[Domaine]

IntentionalProcess (en)[Domaine]

industry (en)[Domaine]

Comparing (en)[Domaine]

reverter, virar, virar do avessoomdraaien, omkeren - calibraçãograduatie, ijking, maatverdeling, schaal, schaalverdeling - investigadoronderzoeker, speurder[Hyper.]

modificação, mudançaaanpassing, alteratie, verandering, wijziging - alteração, mudança, mutaçãoaanpassing, accommodatie, adaptatie, alteratie, assimilatie, bewerking, bijstelling, modificatie, mutatie, verandering, wijziging, wissel, wisseling - mudançaverandering - alteração, modificação, mudança, transformação, variaçãoafwisseling, alteratie, alternantie, alternatie, alternering, keer, variatie, variëteit, verandering, wending, wijziging - changer, modifier (en) - mudançaverandering - mudançaverandering - alterable (en) - alterável, modificável, mutávelwijzigbaar - correcçãobestraffing, correctie, rechtzetting, repressie - acertar, pôrafstellen, bijstellen, gelijkzetten, instellen, stellen, verstellen - ler, marcar, mostrar, registaraanwijzen, aflezen, opnemen, optekenen, registreren, tapen - adjust (en)[Dérivé]

alterar, cambiar, mudar, trocargaan, kenteren, keren, lopen, marcheren, omslaan, veranderen, verlopen, wisselen[Cause]

adaptativo, adaptável - bettering (en) - inconstante, mutável, variávelveranderlijk[Similaire]

falsificarvervalsen[Ant.]

ajustar (v.)




 

colocar; meter; pôr; vestir; meter emplaatsen; aanleggen; zetten; smijten; smakken; wurmen in[ClasseHyper.]

faire entrer une chose dans une autre (fr)[Classe]

colocar; meter; pôrplaatsen; aanbrengen; installeren; neerleggen[ClasseHyper.]

colocar; meter; pôrplaatsen[ClasseHyper.]

aplicar; pôr em vigor; colocar; meter; pôr; vestir; meter emopbrengen; opsmeren; aanbrengen; aanbrengen op; plaatsen; installeren; neerleggen; aanleggen; zetten; smijten; smakken; wurmen in[ClasseHyper.]

mettre dans une position donnée (sans changer de place) (fr)[Classe]

mettre qqch dans une disposition causant une modification d'état (fr)[ClasseHyper.]

action de faire changer de lieu qqch (fr)[Classe...]

factotum (en)[Domaine]

Putting (en)[Domaine]

deslocar, moverbewegen, verplaatsen, verroeren - move (en)[Hyper.]

plaats, plek[GenV+comp]

colocação, orientação, posicionamentoligging, oriëntatie, oriëntering, plaatsing, placement, tafelschikking - set (en) - rotary actuator - espaçamento, posiçãoplacement, tafelschikking - espaço, lugarlege plek, plaats, plek, tussenruimte - espaço, localizaçãoligging, plek, stek, stekkie - montagem - localidade, lugar, no local, sítiogelegenheid, pl., stek, stekkie, tent - carregar, colocar, meter, pôr, posardeponeren, doen, leggen, neerleggen, neerzetten, opstellen, poseren, steken, stoppen - colocar, plantar, pôr, pregaraanplanten, aanpoten, afleggen, beplanten, inplanten, planten, poten - encastoarbezetten, incrusteren, invatten - colocar, endireitar, pôrzetten - colocarplaatsen[Dérivé]

colocar, pôr, posicionar, situar[Nominalisation]

ajustar (v.) [Brasil]




 

faire paraître physiquement différent (fr)[Classe]

outil (fr)[Classe...]

chose qu'on adapte, réunit à une autre (fr)[ClasseParExt.]

articulação; junção; junta; junturagewricht; geleding; dam; koppeling; koppelstuk; las; lasverbinding; tussenstuk; voeg; naad; verbindingsstuk[Classe]

chose assemblée (fr)[Classe]

action d'adapter, fait de s'adapter à (fr)[Classe...]

organisation d'une chose (fr)[ClasseParExt...]

arrumação; organizaçãoschikking; inrichting; rangschikking; behandeling; organisatie[Classe]

relatif à (fr)[Classe...]

qui peut être adapté à (fr)[Classe]

factotum (en)[Domaine]

Process (en)[Domaine]

Device (en)[Domaine]

phénomène psychologique (fr)[DomaineCollocation]

industry (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

causar, fazer, ocasionar, produzir, provocarbewerkstelligen, teweegbrengen, veroorzaken - dispositivo, equipamentos, ferramenta, instrumento, mecanismoapparaat, gadget, hulp, hulpje, hulpmiddel, toestel, utiliteit - developmental learning (en) - melhoramento, progressoverbetering[Hyper.]

modificação, mudançaaanpassing, alteratie, verandering, wijziging - mudançaverandering - variante, versãobijbelvertaling, voorstellingswijze - alteração, modificação, mudança, transformação, variaçãoafwisseling, alteratie, alternantie, alternatie, alternering, keer, variatie, variëteit, verandering, wending, wijziging - mudançaverandering - mudançaverandering - diferente, mutável, variante, variávelafwijkend, ander, verschillend - variável - variávelregelbaar - adaptar, adequar, ajustaraanpassen, accommoderen, adapteren, conformeren - ajustar, conciliar, reconciliaraccommoderen, akkommoderen, zich verzoenen - adaptar-se, adequar-se, ajustar-se, controlar a situaçãoaanpassen, acclimatiseren, accommoderen, assimileren, bijsturen, gewennen, plooien, richten, schikken, voegen, wennen, zich aanpassen, zich thuis voelen - acomodar - fit, match (en) - acomodarconveniëren, passen, schikken, staan, treffen, uitkomen, verhouden - adaptabilidadeaanpassingsvermogen[Dérivé]

adjust (en) - adjust (en)[Nominalisation]

adaptaçãoaanpassing, adaptatie, bewerking[QuiCAuse]

acomodar, adaptar-seaanpassen, adapteren, bewerken, geschikt maken, passend maken, toesnijden op[QuiPeutEtre]

maladaptive (en) - inadaptávelongeschikt[Ant.]

ajustar (v.)


 

améliorer en modifiant une propriété (fr)[Classe]

proportionner (fr)[Classe]

acomodar; adaptar-seadapteren; bewerken; toesnijden op; geschikt maken; aanpassen; passend maken[Classe]

façonner une pièce (fr)[Classe]

assembler des choses (fr)[Classe]

action d'adapter, fait de s'adapter à (fr)[Classe...]

organisation d'une chose (fr)[ClasseParExt...]

arrumação; organizaçãoschikking; inrichting; rangschikking; behandeling; organisatie[Classe]

(acomodar; adaptar-se), (adaptação), (adaptabilidade)(adapteren; bewerken; toesnijden op; geschikt maken; aanpassen; passend maken), (bewerking; adaptatie; aanpassing), (aanpassingsvermogen)[Thème]

ajuster (adapter des objets ensemble) (fr)[Thème]

factotum (en)[Domaine]

IntentionalProcess (en)[Domaine]

Comparing (en)[Domaine]

phénomène psychologique (fr)[DomaineCollocation]

industry (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

se+V à+comp (fr)[Syntagme]

combineren, relateren - equalização, equalizador, igualação, igualizaçãoafplatting, egalisatie, gelijkstelling, nivellering - developmental learning (en) - acordoarrangement, oplossing, regeling - melhoramento, progressoverbetering[Hyper.]

harmoniser, harmonizer (en) - acordo, concórdia, conformidade, pazconcordantie, conformiteit, eendracht, eenparigheid, eensgezindheid, eenstemmigheid, enigheid, harmonie, overeenkomst, overeenstemming, uniformiteit - compatibilizar, reconciliar - ajustar, conciliar, reconciliaraccommoderen, akkommoderen, zich verzoenen - adaptar, adequar, ajustaraanpassen, accommoderen, adapteren, conformeren - adaptar-se, adequar-se, ajustar-se, controlar a situaçãoaanpassen, acclimatiseren, accommoderen, assimileren, bijsturen, gewennen, plooien, richten, schikken, voegen, wennen, zich aanpassen, zich thuis voelen - acomodar - fit, match (en) - acomodarconveniëren, passen, schikken, staan, treffen, uitkomen, verhouden[Dérivé]

adjust (en) - adjust (en)[Nominalisation]

ajustar (v.)


   Publicidade ▼

 

todas as traduções do ajustar

definição e sinónimos de ajustar


Conteùdo de sensagent

  • tradução

   Publicidade ▼

 

3405 visitantes em linha

calculado em 0,234s

   Publicidade ▼