Publicidade ▼
Últimas investigações no dicionário :
calculado em 0.422s
Publicidade ▲
|
Resumo dos resultados
sinónimos
rede semântica
palavras cruzadas
exemplo
Ebay
catálogo
traduções
|
beredderen, berispen, beter maken, de les lezen, een cijfer geven, gladstrijken, goedmaken, in orde maken, kritiseren, nakijken, rechtzetten, redderen, reviseren, terechtwijzen, uitfoeteren, verbeteren, verhelpen
becritiseren, bekritiseren, bekritizeren, buigen, controleren, critiseren, een standje geven, een uitbrander geven, emenderen, hekelen, herwerken, kapittelen, kijven, korrigeren, kritiek leveren op, kritiseren, kritizeren, nakijken, nazien, onder handen nemen, overtuigen, rechtzetten, roskammen, terechtwijzen, uitvaren tegen, verbeteren, vergewissen, vermanen, verzekeren, vuilbekken, zorgen voor
factotum (en)[Domaine]
IntentionalPsychologicalProcess (en)[Domaine]
money (en)[Domaine]
measure (en)[Domaine]
SocialRole (en)[Domaine]
aankijken, bekijken, beoordelen, berekenen, beschouwen, bezien, inschatten, oordelen, schatten, taxeren, zien - quantification (en) - beoordelaar, censor, criticus, recensent - officiaal[Hyper.]
gehalte, graad, grootheid, hoeveelheid, kwantiteit, maat, maatstelsel, mate, meting - evaluatie, kijkcijfer - experiment, het meten, maatstelsel, meting, onderzoeking, probeersel, proef, proefneming, test, toets, toetssteen - maat, maatlepel - waarde - beoordeling, waardering - berekening, evaluatie, inschatting, kijkcijfer, taxatieprijs - taxateur - taxateur - appraiser, authenticator (en) - jurylid, rechter, richter - assessor, beoordelaar, bijzitter, schade-expert - handelswaarde - schattings, taxatie- - assessable (en) - categoriseren, graderen, rangschikken, sorteren - corrigeren, een cijfer geven, nakijken - inschalen, plaatsen - gradate (en) - gradational, gradatory, graduated (en) - score (en)[Dérivé]
beoordelen, schatten[Domaine]
evalueren, koersen, meten, nabespreken, ramen, schatten, waarderen[Hyper.]
grading, marking, scoring (en) - gradatie, het geven van cijfers, het graderen, rangschikken - cijfer, punt - beoordeler, sorteerder, sorteermachine - puntenteller[Dérivé]
corrigeren
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Increasing (en)[Domaine]
helpen[Hyper.]
verbetering, verheffing - stijging, verbetering, veredeling - addition, add-on, improver (en) - better (en) - maatschappijhervormer, wereldhervormer, wereldverbeteraar - verbetering - verbeterd - verbeterbaar[Dérivé]
beter maken, verbeteren, vooruitgaan, vooruitkomen, vorderen[Cause]
factotum (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
corrigeren
vérifier (fr)[Classe]
verifikatie; verificatie; natrekking; toetsing; kontrole; controle; nazicht[ClasseHyper.]
indiceren; aanwijzen; aangeven; aanduiden[Classe]
noter (fr)[Classe]
(waarheid)[termes liés]
(indicering; verschijnsel), (indiceren; aanwijzen; aangeven; aanduiden)[termes liés]
(regel; lijn; linie)[termes liés]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Investigating (en)[Domaine]
Reasoning (en)[Domaine]
Comparing (en)[Domaine]
building_industry (en)[Domaine]
affirmeren, bevestigen, confirmeren, geconfirmeerd - inspectie, keuring, monstering, onderzoek, revue - check, controle, detailonderzoek, detailstudie, diepteonderzoek, diepte-onderzoek, inspectie, monstering, nazicht, onderzoek, revue - bewijsmateriaal - doorvragen, examineren, ondervragen, overhoren, proberen, test, testen, toetsen, uitproberen, uittesten[Hyper.]
bevestiging, bewijsvoering, contra-expertise, controle - verificateur - confirmable, falsifiable, verifiable (en) - verifiable (en) - bevestigend - achternarijden, achternazitten, checken, controleren, kontroleren, nachecken, nagaan, nakijken, natrekken, nazien, nazitten, reviseren, verifiëren, zoeken - controleren, corrigeren, overtuigen, vergewissen, verzekeren, zorgen voor - check (en) - ascertain, check, determine, find out, learn, see, watch (en) - check, check out (en) - bevestigen, valideren, verifiëren - confirm, reassert (en) - checken, controleren, nagaan, nakijken, nalopen, natrekken, nazien, proberen, testen, toetsen, uitproberen, uittesten - streepje - controle, kontrole, natrekking, nazicht, toetsing - het vaststellen - vaststelbaar - control, control condition (en)[Dérivé]
bepalen, vaststellen - evangelie, leer, leerstelsel, natuurwetenschap, theorie, wetenschap[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Investigating (en)[Domaine]
bevestigen, valideren, verifiëren[Hyper.]
controle, kontrole, natrekking, nazicht, toetsing - bevestiging, bewijsvoering, contra-expertise[Dérivé]
aankruisen, aanstrepen, afvinken, nakijken, vinken - contrôler, vérifier (fr) - ascertain, determine, find out, learn, see, watch (en) - valideren, verifiëren[Domaine]
corrigeren (v. tr.)
rendre, faire devenir correct ou conforme (fr)[Classe]
(korrigeren; nazien; verbeteren; nakijken; corrigeren; emenderen; herwerken)[Thème]
factotum (en)[Domaine]
Increasing (en)[Domaine]
helpen[Hyper.]
verbetering, verheffing - stijging, verbetering, veredeling - addition, add-on, improver (en) - better (en) - maatschappijhervormer, wereldhervormer, wereldverbeteraar - verbetering - verbeterd - verbeterbaar[Dérivé]
beter maken, verbeteren, vooruitgaan, vooruitkomen, vorderen[Cause]
corrigeren (v. tr.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]
ContentDevelopment (en)[Domaine]
gaan, kenteren, keren, lopen, marcheren, veranderen, verlopen - verbetering, verheffing - omdraaien, omkeren[Hyper.]
reversal (en) - achteruit - turn, turning (en) - antoniem, tegendeel - reversible (en) - corrigeren, rechtzetten, verbeteren - amenderen, herstellen, rechtbreien, rechttrekken, rechtzetten, rectificeren - beteren - verbeterings - vervalsing - leugen, onwaarheid - vervalser, vervalster - valsheid[Dérivé]
factotum (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
corrigeren (v. tr.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Investigating (en)[Domaine]
Reading (en)[Domaine]
bevestigen, valideren, verifiëren - blokletter, druk, drukletter, groteske, oplage - drukker, printer, typograaf - begrijpen, nemen, opnemen, opvatten - doorbladeren, vluchtig bekijken[Hyper.]
controle, kontrole, natrekking, nazicht, toetsing - bevestiging, bewijsvoering, contra-expertise, controle - corrigeren, proeflezen - proof (en) - lectuur, lezing - het lezen - lezer - reader (en)[Dérivé]
aankruisen, aanstrepen, afvinken, nakijken, vinken - check (en) - ascertain, check, determine, find out, learn, see, watch (en) - valideren, verifiëren - boekdrukkunst, druk, drukkerij, druktechniek, het drukken - gelezen, lezen, oplezen, voorlezen - luiden, staan[Domaine]
publishing (en)[Domaine]
Reading (en)[Domaine]
corrigeren (v. tr.)
mededelen; meedelen[Classe]
ontzeggen; afslaan; afwijzen; verwerpen; weigeren[Classe]
annuler ou supprimer (fr)[Classe]
nuire (à qqn) (fr)[Classe]
depreciëren; ontwaarden[Classe]
dire des choses fausses, des bêtises (fr)[Classe]
punir (fr)[Classe]
zeggen[Classe...]
blâme (jugement de désapprobation) (fr)[Classe]
sanction prenant seulement une forme orale (fr)[Classe]
toespraak; redevoering[Classe]
uitroep; schietgebed; exclamatie; interjectie; tussenvoegsel; tussenwerpsel; tw.[Classe]
drift; nijdigheid; kwaadheid; woede[Classe]
(zedenpreker; zedenprediker; Pred.; Prediker; verkondiger), (verwijt), (onberispelijk)[Thème]
(censor), (censuur)[Thème]
sanction orale (fr)[Thème]
(zedenpreker; zedenprediker; Pred.; Prediker; verkondiger), (verwijt), (onberispelijk)[termes liés]
commentaar geven, gadeslaan, observeren, opnemen, signaleren - berisping, reprimande, schrobbering, standje, terechtwijzing, uitbrander - disagreeable person, unpleasant person (en) - gezag[Hyper.]
commentaar, kritiek - aanmerking, kritiek, literatuurbeschouwing - kritiek - critic (en) - beoordelaar, censor, criticus, recensent - beoordelaar, censor, criticus, recensent - afkeuren, berispen, laken - terechtwijzen, vermanen - berispen - kastijden, louteren, tuchtigen - arengar, discursar (pt) - emmeren, griepen, lazeren, mauwen, meieren, mekken, mekkeren, mieren, neuzelen, piepen, reutelen, soebatten, zaniken, zeiken, zemelen, zemelknopen, zeuren, zeveren, zieken - brommen, grommen, klagen, knorren, mopperen - kwalijk nemen, verwijten[Dérivé]
censure (en) - becritiseren, bekijven, bekritiseren, bekritizeren, berispen, corrigeren, critiseren, een standje geven, een uitbrander geven, hekelen, kapittelen, kijven, kritiek leveren op, kritiseren, kritizeren, onder handen nemen, roskammen, schelden, terechtwijzen, uitvaren tegen, vermanen, vuilbekken[Nominalisation]
aanbevelen, aanprijzen, eren, loven, prijzen, recommanderen, roemen, zegenen[Ant.]
reprocher (fr)[Classe]
censurer (fr)[Classe]
abaisser la valeur de quelqu'un (fr)[Classe]
sanctionner à l'oral qqn (fr)[Classe]
aanmerken, bekritiseren, beoordelen, kritiek hewbben op, kritiseren[Hyper.]
berisping, reprimande, schrobbering, standje, terechtwijzing, uitbrander - chiding, objurgation, tongue-lashing (en) - preek - feeks, helleveeg - afkeurder[Dérivé]
corrigeren (v. tr.)
transcrire, fixer sur support matériel (fr)[Classe]
(geheugen; geheugeneenheid; ligplaats; opslagkosten; stallingkosten)[termes liés]
(cassetterecorder; cassettespeler; tapedeck; taperecorder; bandrecorder)[termes liés]
factotum (en)[Domaine]
Writing (en)[Domaine]
bewaren, openhouden, openlaten, ophouden, opsparen, saven, sparen, vrijhouden, vrijlaten, wegschrijven - writing implement (en) - marking (en) - karakter, schriftteken[Hyper.]
recorder - post - bewijsstuk - arts-assistent, assistent-arts, griffier - bescheid, bescheiden, stukken, verslag - aangeven, aanwijzen, bevlekken, bevlekt worden, kenmerken, markeren, merken - aangeven, aanwijzen - de stand bijhouden, turven - aankruisen - keep maken - crisscross (en) - dwarsstreepjes aanbrengen - crisscross (en)[Dérivé]
opname, registratie[Domaine]
een opname maken, opnemen, optekenen, registreren, vastleggen[Hyper.]
boei, kilometerpaal, kluister, tekenpen - kruisje - blijk, teken[Dérivé]
corrigeren (v. tr.)