Publicidade ▼

Últimas investigações no dicionário :

6097 visitantes em linha

calculado em 0.422s

   Publicidade 

Ecrã ▼    Conversão ▼    Favoritos ▼   

 » 

Escolham as vossas línguas fonte e alvo.

Resumo dos resultados
 sinónimos   rede semântica   palavras cruzadas   exemplo   Ebay   catálogo   traduções 
 

ver também

corrigeren (v.)

correctie, korrektie, verbetering vervalsen

 

sinónimos

 

dicionario analógico



vérifier (fr)[Classe]

verifikatie; verificatie; natrekking; toetsing; kontrole; controle; nazicht[ClasseHyper.]

indiceren; aanwijzen; aangeven; aanduiden[Classe]

noter (fr)[Classe]

(waarheid)[termes liés]

(indicering; verschijnsel), (indiceren; aanwijzen; aangeven; aanduiden)[termes liés]

(regel; lijn; linie)[termes liés]

racine ILC (fr)[Domaine]

racine SUMO (fr)[Domaine]

factotum (en)[Domaine]

Investigating (en)[Domaine]

Reasoning (en)[Domaine]

Comparing (en)[Domaine]

building_industry (en)[Domaine]

affirmeren, bevestigen, confirmeren, geconfirmeerd - inspectie, keuring, monstering, onderzoek, revue - check, controle, detailonderzoek, detailstudie, diepteonderzoek, diepte-onderzoek, inspectie, monstering, nazicht, onderzoek, revue - bewijsmateriaal - doorvragen, examineren, ondervragen, overhoren, proberen, test, testen, toetsen, uitproberen, uittesten[Hyper.]

bevestiging, bewijsvoering, contra-expertise, controle - verificateur - confirmable, falsifiable, verifiable (en) - verifiable (en) - bevestigend - achternarijden, achternazitten, checken, controleren, kontroleren, nachecken, nagaan, nakijken, natrekken, nazien, nazitten, reviseren, verifiëren, zoeken - controleren, corrigeren, overtuigen, vergewissen, verzekeren, zorgen voor - check (en) - ascertain, check, determine, find out, learn, see, watch (en) - check, check out (en) - bevestigen, valideren, verifiëren - confirm, reassert (en) - checken, controleren, nagaan, nakijken, nalopen, natrekken, nazien, proberen, testen, toetsen, uitproberen, uittesten - streepje - controle, kontrole, natrekking, nazicht, toetsing - het vaststellen - vaststelbaar - control, control condition (en)[Dérivé]

bepalen, vaststellen - evangelie, leer, leerstelsel, natuurwetenschap, theorie, wetenschap[Domaine]

corrigeren (v. tr.)





mededelen; meedelen[Classe]

ontzeggen; afslaan; afwijzen; verwerpen; weigeren[Classe]

annuler ou supprimer (fr)[Classe]

nuire (à qqn) (fr)[Classe]

depreciëren; ontwaarden[Classe]

dire des choses fausses, des bêtises (fr)[Classe]

punir (fr)[Classe]

zeggen[Classe...]

blâme (jugement de désapprobation) (fr)[Classe]

sanction prenant seulement une forme orale (fr)[Classe]

toespraak; redevoering[Classe]

uitroep; schietgebed; exclamatie; interjectie; tussenvoegsel; tussenwerpsel; tw.[Classe]

drift; nijdigheid; kwaadheid; woede[Classe]

(zedenpreker; zedenprediker; Pred.; Prediker; verkondiger), (verwijt), (onberispelijk)[Thème]

(censor), (censuur)[Thème]

sanction orale (fr)[Thème]

(zedenpreker; zedenprediker; Pred.; Prediker; verkondiger), (verwijt), (onberispelijk)[termes liés]

commentaar geven, gadeslaan, observeren, opnemen, signaleren - berisping, reprimande, schrobbering, standje, terechtwijzing, uitbrander - disagreeable person, unpleasant person (en) - gezag[Hyper.]

commentaar, kritiek - aanmerking, kritiek, literatuurbeschouwing - kritiek - critic (en) - beoordelaar, censor, criticus, recensent - beoordelaar, censor, criticus, recensent - afkeuren, berispen, laken - terechtwijzen, vermanen - berispen - kastijden, louteren, tuchtigen - arengar, discursar (pt) - emmeren, griepen, lazeren, mauwen, meieren, mekken, mekkeren, mieren, neuzelen, piepen, reutelen, soebatten, zaniken, zeiken, zemelen, zemelknopen, zeuren, zeveren, zieken - brommen, grommen, klagen, knorren, mopperen - kwalijk nemen, verwijten[Dérivé]

censure (en) - becritiseren, bekijven, bekritiseren, bekritizeren, berispen, corrigeren, critiseren, een standje geven, een uitbrander geven, hekelen, kapittelen, kijven, kritiek leveren op, kritiseren, kritizeren, onder handen nemen, roskammen, schelden, terechtwijzen, uitvaren tegen, vermanen, vuilbekken[Nominalisation]

aankijken, bekijken, beoordelen, berekenen, beschouwen, bezien, inschatten, oordelen, schatten, taxeren, zien[Domaine]

aanbevelen, aanprijzen, eren, loven, prijzen, recommanderen, roemen, zegenen[Ant.]

corrigeren (v. tr.)



   Publicidade ▼