Publicidade ▼
Últimas investigações no dicionário :
calculado em 0.656s
Publicidade ▲
|
Resumo dos resultados
sinónimos
rede semântica
palavras cruzadas
exemplo
Ebay
catálogo
traduções
|
aambei, aambeien, berg, bergen, een groot aantal, een heleboel, heleboel, hoopje, hopen, massa, massa's, meute, speen, tas, tientallen, veel
ensemble (réunion d'éléments) (fr)[Classe...]
opeenhoping; opeenstapeling; kollektie; verzameling; collectie; arsenaal; ophoping[ClasseHyper.]
ensemble de choses mises ensemble en grand nombre (fr)[Classe]
chose(s) mise(s) en tas (fr)[Classe]
s'ajouter (fr)[Classe]
assembler des matériaux (fr)[Classe...]
remuer vivement en divers sens (fr)[Classe]
samenstromen; toestromen[Classe]
venir qqpart, se diriger vers un lieu (fr)[Classe...]
(aanjager; compressor; perspomp; luchtpomp), (condensatie; kondensatie)[Caract.]
factotum (en)[Domaine]
Collection (en)[Domaine]
groep, groepering, kring, lieden, lui, luiden, luitjes - agglomeration (en) - arsenaal, collectie, kollektie, opeenhoping, opeenstapeling, verzameling - alles, geheel, totaliteit - groeien, meerderen, oplopen, stijgen, toenemen, verhogen, vermeerderen - deponeren, doen, leggen, neerleggen, opstellen, plaatsen, poseren, steken, stellen, stoppen, voorleggen, zetten - opstellen, ordenen, rangschikken, schikken, structureren, vormgeven - zich verdringen[Hyper.]
amonceler (fr)[Nominalisation]
assemblage, assembleren, componeren, construeren, in elkaar zetten, installatie, montage, monteren, opbouwen, samenroepen, samenstellen, samenvoegen - bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, laten oplopen, lezen, ophalen, ophopen, oppotten, opsparen, opstapelen, paren, potten, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaderen, vergaren, vermenigvuldigen, verzamelen - ophoping - gather, gathering (en) - ophoping - berg, hoopje, meute, stapel, stapels, tas - conglomeratie - accumulative (en) - accumulatief, akkumulatief, cumulatief, kumulatief, opeenhopend - mijt, stapel - stacker (en) - menigte, oploop, stationshal, volksoploop - gepeupel, menigte - bende, berg, boel, bom, bulk, bups, hoop, instroom, kluit, kwak, lading, macht, massa, partij, sandwich, schep, schuif, sjees, stapel, stelletje, stoot, troep, veelheid, vracht, zooi, zootje, zwik[Dérivé]
gezamenlijk - concentrated (en)[Similaire]
arsenaal, collectie, kollektie, opeenhoping, opeenstapeling, verzameling - agglomeration (en)[Hyper.]
accumuleren, akkumuleren, zich opeenhopen, zich opeenstapelen, zich ophopen, zich opstapelen - opstapelen - cumuleren, opeenhopen, ophopen, vermenigvuldigen - drommen, elkaar verdringen, omstuwen, omzwermen, toestromen, toevloeien, zich verdringen - aglomerado (pt) - opgetast, volgehoopt[Dérivé]
stapels (n.)
akkumulatie; opeenstapeling; accumulatie; filevorming; spelopbouw; troepenconcentratie[Classe]
haut (fr)[Thème]
(kwantiteit; quantiteit; quantum; kwantum), (kwantiteit; quantiteit; quantum; kwantum)[Caract.]
(veel)[Caract.]
haut - bas (fr)[Caract.]
indefinite quantity (en)[Hyper.]
aambei; aambeien; speen; massa's; meute; bergen; hopen; stapels; een heleboel; veel; massa; horde; tientallen[ClasseHyper.]
haut (fr)[Caract.]
stapels (n.)